Typisch CB-NL: over context, bronnen en co-creatie

De CB-NL heeft enkele typerende uitgangspunten.
Zo staat er lang niet alles in wat je wellicht zou verwachten op basis van de ambitie. En hoe wordt de bibliotheek onderhouden, als hij eenmaal in de lucht is? Dit artikeltje legt uit hoe het zit met ‘contexten’, bronverzamelingen en co-creatie.

Een belangrijk uitgangspunt in de opzet van de CB-NL is dat het alleen definiërende conceptbeschrijvingen bevat. Daaromheen is informatie uit allerlei zogeheten bronverzamelingen op te vragen, bijvoorbeeld uit Etim, NEN 2767-4, Inspire, etc. Deze bronnen geven informatie (niet-definiërende eigenschappen, processen) over de concepten in de CB-NL: daarom worden ze contexten genoemd.

Deze contextinformatie wordt niet opgenomen in de CB-NL zelf. Er wordt wel naar gelinkt vanuit de CB-NL, maar het beheer van elke bronverzameling blijft bij de kennisbeheerder zelf, zoals Stabu, CROW of  NEN. Wie iets veranderd wil hebben in een bronverzameling, moet dus naar de kennisinstantie. Als die wat aanpast, neemt de CB-NL het weer over. Dit is het principe van 'distributed librairies'.

Levende bibliotheek
De basis van CB-NL ligt in continue co-creatie met de gebruikers. De drie werkgroepen bestaan al uit mensen uit het veld, maar ook na de lancering zal er voortdurende wisselwerking plaatsvinden om de bieb aan te scherpen en verder te vullen met nieuwe content. Gebruikers kunnen straks al hun opmerkingen en wensen over de conceptbeschrijvingen doorgeven aan een helpdesk.

Deze helpdesk verzamelt en prioriteert de informatie, waarna alles wordt doorgestuurd naar de redactie van elke werkgroep. De redacteuren maken er geautoriseerde content van, die de modelleurs weer verwerken in de CB-NL.
 
rc_icon_oranje Video
rc_icon_lichtblauw Meest gedownload